Vijfentwintig meter. Zo ver was in amper twintig jaar tijd het waterpeil in het Abijatta-meer in de Riftvallei in Ethiopië gedaald. Oorzaak: onbekend. Hangt het samen met klimaatverandering, onttrekt de sterk groeiende landbouw in het gebied teveel water of is er iets heel anders aan de hand? In een in 2019 gestart project, dat werd gefinancierd door de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), was het aan onder meer Wetlands International, World Waternet en Acacia Water om daar meer inzicht in te krijgen.

Onderdeel van dat project was om de waterkwaliteit van het stroomopwaarts gelegen Ziway-meer in kaart te brengen. “Daaromheen is namelijk veel landbouwactiviteit, die water onttrekt uit de rivieren die dat meer vullen. Het Ziway-meer stroomt in het Abijatta-meer, dat een zogenaamd terminaal meer is. Dat betekent dat het water niet verder stroomt, en het door verdamping steeds zouter wordt. Dat zoute milieu resulteert overigens in een unieke ecologische waarde met veel flamingo’s en andere zoutminnende soorten, die het ook tot een toeristische trekpleister maakt. Maar dat ecologisch evenwicht begon door de daling van het waterpeil uit balans te raken. Daarbij vermoedden we door de explosie aan waterhyacinten in het Ziway-meer dat het aangevoerde water wel eens een veel hogere concentratie aan nutriënten kon bevatten dan in vroegere tijden”, vertelt hydroloog Maarten Waterloo, die namens Acacia Water deel uitmaakte van het projectteam.

BOD-systemen, pH-meters en EC-meters in het laboratorium in Hawassa

Naast de BOD-systemen heeft het laboratorium in Hawassa ook de beschikking over onder meer pH-meters, EC-meters en colorimetrische apparatuur.

Biochemisch zuurstofverbruik

Het biochemisch zuurstofverbruik (BOD) is een maat voor de hoeveelheid organische vervuiling in water. Het geeft aan hoeveel milligram opgelost zuurstof bacteriën nodig hebben om de organische verbindingen in één liter water af te breken. Hoe meer organische vervuiling (rioolwater, meststoffen) er in het water zit, des te meer zuurstof de bacteriën verbruiken en hoe hoger de BOD-waarde is.

Een veel gehanteerde methode om BOD te meten is aan de hand van luminescentie. Bij deze optische techniek, waarbij de aanwezige zuurstofmoleculen teruggekaatst rood licht uitdoven, meet de sensor hoe snel dit licht verdwijnt: hoe sneller, des te meer zuurstof. De BOD-waarde is uiteindelijk het verschil van een meting na 5 dagen incubatie bij 20 °C van het lucht- en lichtdicht afgesloten monster en de nulmeting, direct na monstername.

Manometrische respirometrie

Een alternatieve methode is drukmeting in een gesloten systeem, de zogenaamde manometrische respirometrie. Dit principe wordt toegepast in sensorsystemen van Velp Scientifica, die in plaats van directe meting van de zuurstofconcentratie in de vloeistof op basis van de daling van de gasdruk in een afgesloten fles het biochemisch zuurstofverbruik bepalen. Hierbij wordt het watermonster in een speciale fles gedaan, die hermetisch is afgesloten met de sensorkop. Onder continu roeren breken de aanwezige aerobe bacteriën de organische verbindingen af, waarvoor zij de opgeloste zuurstof verbruiken. Hierbij produceren zij koolstofdioxide, dat wordt geabsorbeerd door KOH, dat zich in een bakje onder de sensor bevindt. Omdat er zuurstof verdwijnt en de geproduceerde koolstofdioxide direct chemisch wordt gebonden, daalt de gasdruk in de fles. De elektronische druktransducer in de sensorkop meet deze drukdaling, die evenredig is met de hoeveelheid geconsumeerde zuurstof.

Voor het project in Ethiopië, waar de laboratorium‑ infrastructuur minder goed ontwikkeld is, lag de keuze voor manometrische respirometrie voor de hand.

Robuuste methode is een must

Voor het project in Ethiopië, waar de laboratoriuminfrastructuur veel minder goed ontwikkeld is dan in Nederland, lag de keuze voor manometrische respirometrie voor de hand. “Dat heeft alles te maken met de robuustheid van het systeem en de lagere foutgevoeligheid onder uitdagende omstandigheden. Deze methode is op de eerste plaats minder gevoelig voor temperatuurschommelingen buiten de incubator. De meting gebeurt volledig binnenin de gecontroleerde omgeving; bij de optische methode haal je de flessen na vijf dagen uit de incubator en voer je de meting uit in het laboratorium, waar de temperatuur veel hoger kan zijn dan 20 °C, wat consequenties heeft voor de oplosbaarheid van de zuurstof en de betrouwbaarheid van de meting. Een ander voordeel is dat de sensorkoppen werken op een interne batterij, zodat in geval van stroomuitval de drukmeting en opslag in het ingebouwde geheugen gewoon doorgaan. Tenslotte is het meetprotocol eenvoudiger uit te voeren. De optische methode vereist nauwkeurig pipetteren, complexe verdunningsreeksen berekenen en foutloos kalibreren van de optische sonde op dag 0 en dag 5. Bij de Velp is de kans op fouten bij het gieten van het juiste volume in de fles, KOH in het dopje doen en de sensorkop op de fles schroeven een stuk kleiner”, aldus Maarten.

Het laboratorium van het waterschapskantoor in een voormalige keuken

Het laboratorium van het waterschapskantoor was eerst de keuken van een eerder in het pand gevestigd pension. Yayehyrad Tilahun, een expert van het Ministry of Water and Energy en Jeanne Bazin (Acacia Water) vinden er prima hun weg.

Geduld

Waar je in Nederland de sensorsystemen van Velp Scientifica, nadat je ze hebt besteld bij Salm en Kipp, bij wijze van spreken de volgende dag al in je lab kunt hebben draaien, ging daar voor het project in Ethiopië aanmerkelijk meer tijd overheen. “Het bestellen en het verschepen van de apparatuur heeft alles bij elkaar een jaar geduurd. Alleen al bij de douane heeft de container met spullen voor het laboratorium (naast de BOD-systemen ook pH-meters, EC-meters, colorimetrische apparatuur) ruim een half jaar gestaan. Dat heeft alles te maken met de aard van de zending: voor de importeur, het Ministerie van Water en Energie, allemaal onbekende dingen. Daarnaast moeten er nog enkele andere ministeries toestemming geven, met als kers op de taart een handtekening van de betreffende minister. Een enorme bureaucratische rompslomp”, verzucht Maarten.

Acacia Water

Het in Gouda gevestigde Acacia Water zet zich met een kleine 35 medewerkers in om wereldwijd mensen betere toegang tot zoet water te geven. Projecten richten zich op verbetering van waterkwaliteit en/of -kwantiteit. Het gaat daarbij niet alleen om drinkwater, maar zeker ook om water voor de landbouw en industrie.

Circa de helft van de projecten vindt plaats in Nederland. Een actuele, met pilots in Boskoop en op Texel, is de tijdelijke opslag van bellen gezuiverd zoet landbouwwater in zout grondwater. Dat kan dan in droge periodes worden opgepompt voor beregening van gewassen.

Naast tal van projecten in Afrika op het gebied van waterbeheer is het in 2003 aan de VU opgerichte bedrijf ook betrokken bij een project in Oekraïne om monitoringnetwerken op te zetten in de regio’s rond Charkov en Cherson. Bij Charkov worden de drinkwatervoorzieningen langs de rivier gebombardeerd door de Russen, die vlakbij aan de overkant zitten. Daardoor zijn er grote problemen met gebruik van het oppervlaktewater. Bij Cherson is in 2023 een stuwdam verwoest, waardoor het stuwmeer is leeggelopen en het grondwater is gezakt. Om te achterhalen waar dat laatste aan ligt wordt nu een meetnetwerk opgezet.

Lab in de keuken

Het project werd uitgevoerd in samenwerking met de Rift Valley Lakes Basin Administration Office, het waterschap dat die regio, een gebied van duizenden vierkante kilometers, beheert. Logische plek voor het opzetten van het laboratorium was het waterschapskantoor in Hawassa, een stad ter grootte van Arnhem op een kleine 150 kilometer afstand van het Ziway-meer, waar het gros van de BOD-monsters werd genomen. Redelijk dichtbij voor Ethiopische begrippen.

Het waterschapskantoor is gevestigd in een oud pension. De keuken is omgebouwd tot laboratorium. “Toen wij het lab voor de eerste keer zagen schrokken we wel een beetje. Het laboratorium was jarenlang niet gebruikt en was erg vuil. De afzuigkappen van de keuken zaten er nog in. Bovenin zaten ramen die open stonden en niet dicht konden. Houten kastjes, die deels uit elkaar hingen, waren het enige meubilair waarin we spullen kwijt konden. We hebben alles grondig schoongemaakt, de kastjes leeggemaakt en opgeknapt, zodat we daar de apparatuur in konden opslaan. Ook is de incubator geplaatst en een PC, die via Bluetooth in verbinding staat met de sensor in de incubator en zo de meetgegevens binnenhaalt voor verdere verwerking. Na het testen van de meetopstelling op een correcte werking konden de metingen beginnen”, vertelt Maarten.

Weerbarstige praktijk

Hoe robuust de methode ook is, de praktijk werkte niet echt mee om grote series betrouwbare metingen te verkrijgen. “Dat hangt in de eerste plaats samen met de onbetrouwbare stroomvoorziening in Ethiopië. Met drie, vier keer per dag stroomuitval, die soms wel uren kan duren, is het zonder backup niet te doen om de temperatuur in de incubator gedurende de incubatietijd van tenminste vijf dagen constant op 20 °C te houden. Die backup was wel geregeld voor de sensor (middels een geïntegreerde batterij) en de PC (middels een UPS, ook een soort batterij), maar niet voor de incubator, die veel meer stroom trekt. Ook de UPS van de PC hield het na een uurtje voor gezien, waarna de PC zich uitschakelde. Dit had ter plekke kunnen worden opgelost door het waterschap door voor deze opstelling een installatie met zonnepanelen te regelen. Maar dat is niet eenvoudig: geld en middelen ontbreken, en als hiervoor niet in het project is begroot, kunnen wij daarin ook weinig betekenen”, illustreert Maarten de voor veel ontwikkelingsprojecten kenmerkende spagaat tussen willen en kunnen.

Maarten Waterloo van Acacia Water

Maarten Waterloo werkt sinds 2015 bij Acacia Water. Hij is sinds die tijd betrokken geweest bij tal van projecten in Afrika, waarin hij veel lokale mensen heeft opgeleid. Recent was hij nog in Oman in het kader van een waterbalansproject: er wordt teveel zoet grondwater onttrokken en er stroomt steeds meer zout water vanuit de kustzone het binnenland in.

Meting van pH, EC, opgelost zuurstof en turbiditeit in het Ziway-meer

Meting van pH, EC, opgelost zuurstof en turbiditeit in het Ziway-meer.

Niet naast de deur

Afgezien van de omstandigheden in het lab was het ook steeds de vraag of de monsters wel tijdig het lab bereikten. “Streeftijd was binnen een dag, maar in de praktijk werd dat vaak twee of drie dagen. Daardoor had de koelbox met ijs ook niet het beoogde effect, en bleven de monsters niet onder de 20 °C. Dat kan je moeilijk als een verwijt opvoeren als je je verdiept in de omstandigheden waarin deze mensen moeten werken. Ze hebben beperkt beschikking over een auto om monsters op te halen en de afstanden zijn te groot om bemonstering van verschillende locaties in een dag af te kunnen ronden. Nog zo’n probleem waar je in Nederland eigenlijk niet bij stilstaat”, stelt Maarten.

“En”, vervolgt hij, “vergis je ook niet in de arbeidsomstandigheden van het labpersoneel. Het inkomen is laag en dat brengt ook risico’s mee ten aanzien van de continuïteit. Zo ging een van de medewerkers die we hadden opgeleid na een half jaar weg omdat hij, mede door die certificaten, een betere baan kon krijgen.”

Lange adem

Maarten ziet ondanks al die praktische uitdagingen meer dan voldoende toekomstperspectief voor BOD- of meer generiek milieumetingen in de Riftvallei. “Het zijn oplosbare zaken, die wat meer geduld vragen dan we hier gewend zijn. En een stukje ontwikkeling: niet de focus leggen op alleen apparatuur, maar ook aandacht en geld reserveren voor personeel, onderhoud, consumables. Je kunt er eenvoudigweg niet van uitgaan dat je in een omgeving als deze in een paar jaar tijd alles op de rit kunt krijgen. Wat ik zie is dat de mensen die we daar hebben opgeleid trots zijn op hun werk en gemotiveerd zijn om metingen te doen. Voor die tijd was er gewoon weinig motivatie. Als er metingen werden gedaan kwamen de resultaten in een diepe bureaula; niemand die er ooit nog naar keek. Nu zijn er, zeker bij het waterschap, een aantal personen die het nut ervan inzien en ook zelf nieuw personeel trainen. Dat enthousiasme begint ook door te sijpelen richting het ministerie, niet in de laatste plaats vanwege een nieuw door de ambassade en de EU gefinancierd project, waarin ook aandacht is voor waterkwaliteit. Voor het ministerie zit een massaspectrometer in het vat, voor het lab in Addis Abeba. En vier andere waterschappen gaan ook aan de slag met een BOD-meter van Velp Scientifica. Die vier BOD-meetsystemen zijn eind vorig jaar bij Salm en Kipp besteld, maar staan nog in de wacht om te worden ingeklaard bij de douane. Nog even geduld!”

De mensen die we daar hebben opgeleid zijn trots op hun werk en gemotiveerd om metingen te doen.

Chemische en fysische analyses op water- en bodemmonsters in het laboratorium van Acacia Water in Gouda

Een gedeelte van de chemische en fysische analyses op water- en bodemmonsters uit de projecten wordt uitgevoerd in het eigen laboratorium in Gouda. Bij de watermonsters gaat dat vooral om elektrische geleidbaarheid, pH, alkaliteit, anionen (nitraat, fosfaat), kationen (calcium, magnesium), totaal stikstof, totaal fosfor en metalen zoals ijzer en mangaan. Het lab is hiertoe uitgerust met onder meer een ionchromatograaf en een colorimeter.

Probleem opgelost

Uit het beperkte aantal goed uitgevoerde BOD-metingen blijkt dat er inderdaad sprake is van eutrofiëring van het Ziway-meer. Het probleem van de verdroging is overigens vanzelf opgelost. Hevige regens, enkele jaren geleden, hebben het waterpeil weer doen stijgen naar de gebruikelijke niveaus, en sindsdien is dat zo gebleven. “Ook dat is Afrika!”