
Klinisch-chemicus Martine Deckers: “Voor de productie van ultrapuur water vanuit demiwater hebben we gekozen voor de Medica-apparaten van Veolia. Die hadden we ook al in OLVG West, en na marktonderzoek zijn deze wederom als beste voor ons uit de bus gekomen.”
OLVG Lab vindt in Basecamp ruimte voor verdere integrale groei
Sinds de oplevering van Basecamp in juni 2025 stond bij OLVG Lab alles in het teken van de inrichting van het nieuwe laboratoriumgebouw en de gefaseerde verhuizing van de verschillende diagnostische disciplines. Inmiddels draaien klinische chemie en microbiologie er op volle toeren. Klinisch-chemicus Martine Deckers en Dirk-Jan Everts, programmanager Basecamp, nemen LabVision mee in het intensieve, niet alledaagse verhuisproces.

Op 26 januari 2026, klokslag 11 uur hield iedereen even zijn adem in bij de monsterontvangst op de eerste verdieping van de nieuwe locatie van OLVG Lab, pal achter de OLVG ziekenhuislocatie West. Precies op dat moment zou het eerste monstermateriaal via de nieuwe buizenpost uit OLVG West bij OLVG Lab arriveren. Wat ook gebeurde! “Het is altijd spannend, zo’n kantelmoment tussen de oude en de nieuwe werkwijze, waarbij er feitelijk geen weg terug meer is. Dat is zeker voor de klinische chemie een heel strak moment in de tijd. Dan weet je gewoon: nu moet het hier gaan werken”, aldus Dirk-Jan Everts, die als programmamanager Basecamp de afgelopen jaren als spin in het web vele eindjes wat betreft de inrichting van het nieuwe labgebouw en de verhuizing vanuit verschillende locaties aan elkaar heeft geknoopt.

Dirk-Jan Everts, programmanager Basecamp: “Voor, tijdens en na het verhuisproces stonden twee uitgangspunten centraal: de diagnostiek moet in de lucht blijven en medewerkers moeten veilig kunnen werken in het nieuwe gebouw.”
Go/no-go
De omlegging van de buizenpost is een van de vele go/no-go-momenten die in het verhuisproces zijn vastgelegd. “Voor elk van die momenten bepalen we onder welke voorwaarden, veelal praktisch-procedurele, een nieuwe stap kan worden gezet. Daarbij moet te allen tijde worden voldaan aan twee uitgangspunten. Ten eerste moet de diagnostiek in de lucht blijven. Zeker bij klinische chemie kan je het niet veroorloven om ook maar een dag alles stil te leggen. We hebben zoveel als mogelijk doorgedraaid waar dat kon. En ik denk dat we kunnen zeggen dat de kliniek nauwelijks tot geen last van heeft gehad van de verhuizing naar het nieuwe pand”, stelt klinisch-chemicus Martine Deckers.
Door met elkaar vast te stellen waar we wanneer onze tijd aan gaan besteden geef je de medewerkers een stuk zekerheid, breng je meer rust in de organisatie.
Veiligheid van medewerkers voorop
Het tweede uitgangspunt was dat medewerkers veilig moeten kunnen werken in het nieuwe gebouw. “Veiligheid kan je hier heel breed definiëren en is sterk persoonlijk. Om daar goed zicht op te krijgen hebben we sessies georganiseerd voor de hele groep. Hierin hebben we alle nog openstaande issues geprioriteerd. En hebben we in gezamenlijkheid potentiële showstoppers vastgesteld; zaken die moeten worden geregeld om de continuïteit van de processen en de veiligheid voor alle medewerkers te kunnen garanderen. Dat heeft ook erg geholpen in het aanbrengen van focus. Want er zijn tienduizend dingen waar je aan moet denken, van de bestekbakjes in de pantry tot een goed werkende luchtafzuiging. Door met elkaar vast te stellen waar we wanneer onze tijd aan gaan besteden geef je de medewerkers ook een stuk zekerheid, breng je meer rust in de organisatie”, vertelt Dirk-Jan.
Ook na de verhuizing is die vinger aan de pols gebleven. Hoe gedetailleerd alles ook is uitgedacht, er zijn altijd dingen die je pas kan ontdekken op het moment dat je aan de slag bent. “We hebben een structuur met chatgroepen geïmplementeerd om alle issues die naar boven komen snel te kunnen adresseren. Om ook daarop met de werkvloer een soort van triage te doen: wat is echt van belang; wat moet direct worden opgelost; wat kan misschien nog een week of twee weken wachten?”

Ieder waterzuiveringsapparaat voedt één cobas-analyzer en fungeert daarbij als backup voor een van de twee andere apparaten.
Ruimte voor groei
De bouw van een nieuw laboratorium buiten de ziekenhuismuren is een logisch uitvloeisel van een proces dat in 2018 in gang is gezet met de verzelfstandiging van de OLVG-ziekenhuislaboratoria in de toen opgerichte OLVG Lab BV, een 100% dochter van OLVG. Reden voor die verzelfstandiging was om beter eigen richting te kunnen geven aan de bedrijfsvoering, daar dus sneller stappen te kunnen zetten. “Als zelfstandig bedrijf kan je budget alloceren voor een nieuwe LC-MS, maar als onderdeel van een ziekenhuis kan het zijn dat er moet worden gekozen tussen die LC-MS en bijvoorbeeld een MRI bij radiologie. Ook ben je slagvaardiger in business development. In de afgelopen jaren zijn we bijvoorbeeld de diagnostiek gaan verzorgen niet alleen voor het Flevoziekenhuis in Almere en het BovenIJ ziekenhuis in Amsterdam-Noord, maar voor steeds meer partijen in de regio. En meer recent hebben we de zelfstandige laboratoria Comicro en Diagnost-IQ overgenomen van de oorspronkelijke aandeelhouders, de ziekenhuizen in Zaandam, Purmerend en Hoorn. Daarnaast zien we een groeiend aantal eerstelijns-aanvragers zoals huisartsen en GGZ-instellingen en dus groeide het aantal uit te voeren bepalingen enorm. In de oude huisvesting was er echter geen ruimte om verder uit te breiden. Dat gold voor klinische chemie, maar zeker ook voor microbiologie en pathologie. Bij pathologie was de nood zelfs zo hoog dat die enkele jaren geleden tijdelijk hun intrek hebben genomen in een gebouw op het terrein van Sanquin”, vertelt Martine.
Centraliseren
In het nieuwe zeven verdiepingen (waarvan één technische) hoge gebouw zijn de centrale monsterontvangst en het 24-uurs lab van de klinische chemie gesitueerd op de eerste verdieping. Op de twee etages daarboven is medische microbiologie te vinden. De vierde verdieping is gewijd aan speciële chemie, zoals endocrinologie, speciële eiwitchemie, auto-immuun diagnostiek, en speciële hematologie. Pathologie is te vinden op de twee bovenste verdiepingen. Die zitten daar omdat er nog veel met formaline wordt gewerkt. Het is voor het luchtbehandelingssysteem wel zo effectief als die dampen niet door het hele gebouw hoeven te worden getransporteerd.
Niet alle labcapaciteit is in Basecamp ondergebracht. “De centrale locatie voor klinische chemie was voorheen in OLVG Oost en in het nieuwe 24-uurs lab is flink in nieuwe apparatuur is geïnvesteerd. Basecamp heeft nu de centrale functie overgenomen van Oost. In OLVG Oost is nog wel een lab voor de 24/7 spoeddiagnostiek en wordt daarnaast een deel van van de eerstelijns- en poliproductie verzorgd. Een deel van de apparatuur voor de routine diagnostiek hebben we daar kunnen laten staan, maar zal in de loop van het jaar vernieuwd worden”, vertelt Martine.
Met z’n allen in een eigen gebouw
De kernprocessen rond analyse en diagnostiek staan of vallen bij de schil er omheen, van de logistiek rond monstertransport en magazijnbeheer tot de ICT achter het traject vanaf aanvraag van een bepaling tot facturering. Extra uitdaging om dat in eigen beheer voor elkaar te krijgen is dat OLVG Lab voor het eerst een eigen gebouw heeft. Een gebouw waar het licht aan moet, het warm genoeg moet zijn, een toegangssysteem moet functioneren, en nog veel meer. Zaken die in de tijd als bewoner van een ziekenhuisgebouw nog door het ziekenhuis werden geregeld.
Voordeel van zo’n nieuwe situatie is dat je de systemen volledig naar eigen hand kunt inrichten. Belangrijk voor OLVG Lab hierin was interdisciplinair werken. Met klinische chemie, medische microbiologie en pathologie fysiek zo dicht bij elkaar kan je zaken combineren, met elkaar delen. Belangrijkste resultante daarvan is de monsterontvangst, die volledig is geïntegreerd voor alle drie de disciplines. Dit gaat verder dan het automatisch verdelen van de binnenkomende monsters. Via track & trace kan ook de hele externe logistiek in de gaten worden gehouden. Via sensoren in de monsterbakken kan het temperatuurverloop worden uitgelezen, zodat je zeker weet dat het monster nog geschikt is om te worden geanalyseerd. In combinatie met de informatie uit navigatiesystemen kan flexibel de optimale rijroute worden bepaald, wat ten goede komt aan de efficiency van het hele proces.
Gedegen voorbereiding
Tussen de oplevering van het gebouw, op 20 juni 2025, en de start van de diagnostiek in de nieuwbouw, op 26 januari 2026, zat meer dan een half jaar. “We zijn op dag één na de oplevering direct van start gegaan met de voorbereidingen. Waar de medisch microbiologen veel effort hebben gelegd in de implementatie van het WASPLab-systeem voor de geautomatiseerde detectie en identificatie van micro-organismen lag onze force majeure bij het Track-systeem en alle apparatuur die daaraan gekoppeld is: de chemie-, hematologie- en stollings-analyzers. Voor dergelijke projecten is gewoon veel tijd nodig. Dat begint bij de opbouw en de technische validatie door Roche en Sysmex, de leveranciers. In september zijn de analisten gestart met de verificatie van de bepalingen op de nieuwe apparatuur. De verificatie is in samenwerking met de leveranciers goed verlopen. Bij ingebruikname van nieuwe generatie apparaten moet je zorgvuldig testen of uitslagen niet zijn veranderd. Daarbij komt dat een deel van de apparaten is meeverhuisd. Die moet je ook weer valideren in de nieuwe setting om ze uiteindelijk vrij te kunnen geven voor diagnostiek”, vertelt Martine.

Demiwater, afkomstig uit het watersysteem op de begane grond, wordt door de Medica-systemen gezuiverd tot ultrapuur water, dat via een leidingennetwerk wordt getransporteerd naar de cobas-systemen.

Twee van deze dispensers, die deel uitmaken van even zoveel vanuit het centrale demiwatersysteem gevoede Veolia Elga Purelab Chorus 1 watersystemen, zijn te vinden op de vierde verdieping voor het handmatig aftappen van kleine hoeveelheden ultrapuur water.
Nieuwe werkwijze
Er is ook veel tijd geïnvesteerd in het automatiseren van de logistieke stroom. Deze is ook voorbij de centrale monsterontvangst (zie kader) wezenlijk anders dan in de oude situatie in de ziekenhuislaboratoria. “Waar je als analist aanvankelijk het proces rond één of soms twee of drie apparaten moest managen, is dat bij het track-systeem anders. Dit systeem transporteert de buisjes door het 24-uurs lab. Hoe houd je dan het overzicht? Hoe weet je dat alles goed loopt? Wat doe je bij een hick-up in de monsterstroom? Bedenk daarbij dat de volumes heel hoog zijn. Kleine afwijkingen in de logistiek of programmering van een apparaat kunnen hele grote gevolgen hebben. Overzicht over dit proces wordt vanuit de cockpit gehouden en daar moet je als analist comfortabel mee om kunnen gaan. Daar komt ook weer het veiligheidsaspect om de hoek kijken. Het is niet de bedoeling dat je met angst en beven naar je werk gaat omdat je voor je gevoel geen volledige controle hebt. Zeker als je in de nachtdienst werkt, waar je met z’n drieën het hele 24-uurs lab overziet. Dan komt er best wel veel druk op je schouders”, stelt Martine.
“We hebben dan ook veel effort gestopt in het wennen aan het gebouw”, vult Dirk-Jan aan. “Daarbij helpt dat we al een half jaar in het gebouw konden voordat we productie gingen draaien. Dat is echt heel fijn geweest. Dat merk je bijvoorbeeld aan de mensen die hier de validatie hadden gedaan. Die groeiden als het ware mee met de inrichting van het lab. Maar ook voor de analisten die niet bij een implementatieproject waren betrokken waren er genoeg momenten ingepland om een kijkje te komen nemen. Dat begon al tijdens de bouw, iedereen kon rondkijken met een helm op!”

TLA (Total Laboratory Automation) oplossing in het laboratorium. De systemen voor hematologische analyses van de firma Sysmex worden van buizen voorzien door een cobas transfer-unit.
Wat we in de afgelopen maanden dat we analyses draaien ook wel hebben geleerd is dat je niet alles van tevoren tot in de kleinste details kunt voorzien.
Vertrouwd
Niet alles is nieuw en anders bij Basecamp. Zo is bij klinische chemie de continue watervoorziening voor de cobas-analyzers geënt op het systeem dat ook al in gebruik was op het lab in OLVG West. “Om tot ultrapuur water te komen zijn er twee strategieën. Je kunt die kwaliteit direct uit leidingwater produceren, of vanuit een demiwatervoorziening. We hebben voor de tweede optie gekozen, omdat we zeer tevreden waren over het systeem in OLVG West. Dus er was geen reden om direct vanuit kraanwater naar ultrapuur te gaan. Voor de productie van ultrapuur water vanuit demiwater hebben we gekozen voor de Medica-apparaten van Veolia. Die hadden we ook al in OLVG West, en na marktonderzoek zijn deze wederom als beste voor ons uit de bus gekomen. We hebben er drie aangeschaft, waarbij ieder apparaat één cobas-analyzer voedt en daarbij fungeert als backup voor een van de twee andere apparaten”, licht Martine toe.
Ook van Veolia zijn twee Elga Purelab Chorus 1 watersystemen die, gevoed vanuit het centrale demiwatersysteem, ultrapuur water leveren bij speciële klinische chemie op de vierde verdieping. Deze oplossingen zijn ideaal om handmatig ultrapuur water af te tappen op het moment dat je dat nodig hebt, bijvoorbeeld voor je LC-MS. “Een dergelijke voorziening is niet nodig voor de andere verdiepingen. In dat geval kies je voor een oplossing op maat, die bovendien heel flexibel is. Als blijkt dat een andere plek op het lab toch handiger is, kunnen we dat gemakkelijk aanpassen. Want wat we in de afgelopen maanden dat we analyses draaien ook wel hebben geleerd is dat je niet alles van tevoren tot in de kleinste details kunt voorzien. De dispensers staan trouwens nog op de plek die we hadden uitgedacht!”, lacht Dirk-Jan.