Interfood biedt met laboratorium meerwaarde voor zuivelleverancier en producent van voedingsmiddelen
Interfood is sinds de oprichting in 1970 uitgegroeid van handelaar in melk en kaas tot wereldwijde leverancier van oplossingen en zuivelingrediënten voor de voedingsindustrie. Daarin fungeert het bedrijf als intermediair tussen leveranciers van zuivelproducten en producenten in de voedingsindustrie. Onderscheidend ten opzichte van andere traders is het laboratorium op het hoofdkantoor in Bladel, waarmee het bedrijf zich profileert als kenniscentrum in de zuivel.


Wilmie van den Elzen, R&D-coördinator bij Interfood, bij de vorig jaar aangeschafte S-300 MiniSpray Dryer van BÜCHI.
“Een leverancier van een melkpoeder weet heel veel over het produceren van melkpoeder. Maar over hoe dat poeder zich gedraagt bij een afnemer in bijvoorbeeld de productie van chocolade is bij de leverancier vaak veel minder kennis. Aan de andere kant weet de afnemer alles over het maken van chocolade, wat er bij komt kijken om tot de ideale kristalvorming te komen. Maar die heeft misschien weer veel minder kennis over het melkpoeder. Als laboratorium weten wij wat dat betreft van de hoed en de rand en in die zin zijn wij een bron van technologische kennis voor zowel leverancier als producent. In die intermediaire rol kunnen wij een ‘best fit’ maken tussen melkpoeder en chocolade, aanbevelingen doen om tot een betere match te komen”, vertelt voedingsmiddelentechnoloog Wilmie van den Elzen, werkzaam als R&D-coördinator bij Interfood.

Met behulp van een texture analyzer wordt de rekbaarheid en rekweerstand van mozzarella bepaald.
Trade room
De intermediaire rol tussen leveranciers van zuivelproducten en producenten in de voedingsindustrie is bij Interfood het duidelijkst zichtbaar in de ‘trade room’. Deze ruimte vol bureaus met meerdere beeldschermen en telefoons en aan de muur twee megagrote dashboards heeft wel iets weg van een dealingroom van een grootbank. Tientallen traders zijn er dag in dag uit bezig om deals te maken door grondstoffen in te kopen bij zuivelproducenten en deze te verkopen aan fabrikanten van voedingsproducten. Uitdaging daarbij is om in de bestaande prijsdynamiek (net als bij granen, suiker, koffie en thee fluctueren ook bij zuivelproducten de prijzen sterk) zowel leverancier als afnemer van deze producten een stuk prijszekerheid te bieden. Aan de hand van verschillende door Interfood ontwikkelde financiële instrumenten om prijsrisico's te beheersen kunnen klanten kiezen voor een oplossing die het beste bij hun past. Daarnaast hebben de traders, die dedicated werken voor productgroepen als boter, kaas en poeders (die weer zijn onderverdeeld in magere melkpoeder, volle melkpoeder en wei-eiwitten) ook een belangrijke rol in het koppelen van vraag en aanbod. Door seizoensgebonden invloeden kan er bijvoorbeeld tijdelijk minder melk beschikbaar zijn in bepaalde regio’s. Omdat Interfood actief is in meer dan 100 landen kunnen traders gemakkelijk schakelen naar leveranciers in andere regio’s. Daarbij ontzorgt het bedrijf ook het logistieke traject.
Eigenschappen in kaart
Sinds 2001 heeft Interfood een kwaliteitsafdeling om er voor te zorgen dat de klant ook daadwerkelijk krijgt wat hij vraagt. “Daarbij zitten we niet op de stoel van QC, want daarin voorziet de leverancier middels een analysecertificaat, een CoA. Wij kijken bij R&D naar producteigenschappen, die belangrijk zijn voor bijvoorbeeld de verwerking in voedingsproducten en niet op een CoA of productspecificatie staat. Neem bijvoorbeeld boter, dat afhankelijk van de leverancier verschilt in bepaalde eigenschappen. Als je boter van iets mindere kwaliteit gaat deformeren komt er door die druk water vrij. Dat zal niet voor ieder eindproduct een probleem zijn, maar als je een gelamineerd deeg wilt maken, bijvoorbeeld croissantdeeg, wil je niet dat er in de lijn allemaal waterdruppeltjes komen. Als er dan nog een laag overheen gaat wordt het te vochtig, en krijg je in plaats van een knapperige croissant eerder iets wat meer weg heeft van een brioche broodje”, lacht Wilmie.
Deze informatie, maar ook die over bijvoorbeeld de flowability van een melkpoeder, is ondergebracht in een database. Deze is in de loop der tijd gevuld met de eigenschappen van een kleine duizend poeders en bijna even zoveel boters, alsmede honderden kazen en andere zuivelgrondstoffen. Dit helpt de traders om tot een goede match te komen tussen leverancier en afnemer.
Ook afnemers en leveranciers hebben hier baat bij. “We nemen hiermee afnemers niet alleen een stuk werk uit handen, maar vaak hebben ze ook geen labfaciliteiten om dat soort aspecten te testen en ontbreekt de expertise om de testresultaten te beoordelen. We gaan daarin zover dat we leveranciers adviseren hoe ze hun boter kunnen verbeteren door bepaalde aanpassingen in het proces door te voeren. Die technologische kennis hebben we mede kunnen opbouwen omdat we tussen leveranciers en klanten inzitten. Dat is echt een hele waardevolle positie”, aldus Wilmie.

De Dairy Food Studio huist ook een viertal plekken waar een sensory panel, dat bestaat uit speciaal hiervoor getrainde collega’s van Interfood, producten op smaak beoordelen.
Dairy Food Studio
De afgelopen tien jaar is de kwaliteitsafdeling getransformeerd tot R&D-afdeling met een eigen laboratorium: de Dairy Food Studio. Het werk van vier collega’s van Wilmie staat in het teken van business development; Wilmie en twee andere collega's houden zich voornamelijk bezig met research en zijn werkzaam in het laboratorium. “Bij business development is intensiever contact met sales, gaat het meer over het matchen van leveranciers met producenten. De klantspecifieke data uit de laboratoriumanalyses staan aan de basis van een advies. Bij research is die klantfocus er ook, maar meer vanuit een technologisch perspectief. Projecten kunnen generieker zijn, bijvoorbeeld het ontwikkelen van een methode. Bij co-development projecten helpen we de leverancier om veelal technologische verbeteringen door te voeren, die kunnen leiden tot een verbeterd product of het verhelpen van problemen tijdens productie. Een zelfde aanpak hebben we bij producenten, maar dan noemen we dat food application onderzoek. Hoe kan je er voor zorgen dat een chocolate chip koekje niet te ver uitspreidt? Dat kan samenhangen met een zuivelingrediënt, maar kan net zo goed worden opgelost door bepaalde procesparameters aan te passen, of een combinatie van beide.”
In de startblokken voor precisiefermentatie
De opmars van ‘high protein’ producten stuwt de vraag naar melkeiwitten, met name wei-eiwit, dat zo’n 20% van het eiwit in koemelk uitmaakt. De rest is caseïne, dat vooral wordt toegepast voor kaasproductie. De vraag naar wei-eiwit, dat aan tal van producten wordt toegevoegd als booster voor spieropbouw, is inmiddels zo groot dat die niet meer kan worden ingevuld vanuit de bestaande melkproductie.
Een alternatieve productiewijze is precisiefermentatie, waarbij in een biotechnologisch proces suikers worden omgezet naar specifieke eiwitten. Het poeder uit deze nieuwe generatie eiwitten kan je vervolgens toevoegen aan tal van producten, zoals dat nu ook al gebeurt met de traditionele melkpoeders. Producenten zullen hiervoor echter hun recepturen moeten aanpassen, omdat de poeders van de nieuwe generatie eiwitten niet exact hetzelfde zijn als die van de eiwitten uit de melk. Je moet dus ook voor deze nieuwe eiwitten de eigenschappen bepalen en onderzoeken hoe je ze in kunt passen in bestaande recepturen zonder dat dit van invloed is op smaak en textuur van eindproducten.
Anticiperend op de toelating van deze novel foods staat bij R&D onderzoek in de steigers naar potentiële toepassingen. Zo is er aandacht voor het wei-eiwit beta-lactoglobine (BLG), dat als bijzonder kenmerk heeft dat het helder in oplossing is. Dit in tegenstelling tot veel andere zuiveleiwitten, die een troebele oplossing vormen. BLG is daarmee een kansrijke kandidaat voor bijvoorbeeld sportdranken.
Lab- en voedselbereidingsapparatuur
Een rondgang door de drie aaneengesloten laboratoriumruimtes levert een gevarieerde verzameling aan apparaten op. Aan de ene kant zijn dat typische instrumenten voor het karakteriseren van materiaaleigenschappen van zuivelgrondstoffen en voedingsmiddelen. Denk daarbij aan een reometer, een apparaat voor deeltjeskarakterisering en een texture analyzer.
Daarnaast zijn er allerlei apparaten die worden gebruikt voor het bereiden van voedsel. Dat gaat van kitchen aids en homogenizers tot een ijsmachine en een lamineermachine om deeg uit te rollen voor croissants. Ook voor het maken van pizzadeeg draaien ze in Bladel hun handen niet om.
Sensorisch panel
Het laboratorium huist ook een viertal plekken waar een sensory panel, dat bestaat uit speciaal hiervoor getrainde collega’s van Interfood, producten op smaak beoordelen. “Klanten proeven ook verschillen in smaak tussen producten van verschillende leveranciers, dus is het voor hen een toegevoegde waarde als wij dat op een objectieve, volledige gerandomiseerde wijze (zo proeven de mensen uit het lab niet mee) kunnen uitvoeren. Afgelopen jaar hebben we zes sensory projecten gedaan, waaronder het mappen van verschillende leveranciers van eiwitconcentraten. Momenteel werken we aan een project voor fat-filled milk powders, de FFMP’s. Dat zijn producten die worden ontwikkeld voor met name de Afrikaanse markt. Hierbij haalt de leverancier het vet uit de melk en voegt daar vervolgens plantaardige vetten aan toe. Dat maakt het product goedkoper. Uiteraard blijft de smaakbeleving een belangrijke factor. Zo’n sensorisch onderzoek helpt dan om de smaakverschillen tussen verschillende samenstellingen en/of leveranciers in kaart brengen”, licht Wimie toe.
Met de sproeidroger kunnen we onderzoeken hoe een blend met melkpoeder zich gedraagt in het sproeidroogproces en krijgen we een goed beeld hoe het eindproduct er uit komt te zien

De reometer wordt ingezet voor karakterisering van onder meer de flowability van poeders.
Sproeidroger
Een van de meest recente aanwinsten bij R&D is de S-300 Mini Spray Dryer van BÜCHI. Deze laboratoriumschaal sproeidroger is aangeschaft voor met name projectmatig food application onderzoek. “Sommige producenten maken bijvoorbeeld een blend met melkpoeder. Met de sproeidroger kunnen we dan onderzoeken hoe die blend zich gedraagt in het sproeidroogproces en krijgen we een goed beeld hoe het eindproduct er uit komt te zien. Natuurlijk zijn de reologische eigenschappen anders dan bij grootschalige productie in sproeitorens die soms wel 16 meter hoog zijn. Sowieso hebben we in het lab er geen fluïdiserend bed achter (dat is op labschaal niet te realiseren) en een kleinere sproeiafstand, wat zich vertaalt in een veel fijner poeder. Maar we kunnen zo wel verschillen tussen leveranciers zien, of de combinatie met verschillende producten werkt. En natuurlijk kunnen we de gesproeidroogde producten door ons sensory panel laten beoordelen op smaak”, legt Wimie uit.
Het mooie van deze sproeidroger is dat je er door het glas echt helemaal in kunt kijken. Je ziet de nozzle en kan heel precies het proces volgen. Wat dat betreft is het echt een pronkstuk!
Pronkstuk
Als hoofdgebruiker van de sproeidroger, die is geleverd als volledig geconfigureerd systeem, is Wilmie goed te spreken over de duidelijke bediening, de brede functionaliteit en het gemakkelijke onderhoud. “Het mooie van dit apparaat is dat je er door het glas echt helemaal in kunt kijken. Je ziet de nozzle en kan heel precies het proces volgen. Wat dat betreft is het echt een pronkstuk!”