
Research analist Desiree Schut bewaart sinds kort de humane iPSC-derived neuronen in deze -150 °C vriezer van Haier Biomedical.
Hoofdrol voor hersencellen uit iPSC’s
bij ontrafelen ziektemechanismen achter neurologische aandoeningen
De afdeling ‘Functionele Genoomanalyse’ (FGA) van het Center for Neurogenomics and Cognitive Research (CNCR) in Amsterdam heeft recent geïnvesteerd in twee nieuwe -150 °C vriezers. Hiermee is er voorlopig weer voldoende ruimte voor de opslag van stamcellen en hersencellen, die er in het kader van het alsmaar toenemende onderzoek naar neurologische aandoeningen als Alzheimer en ALS worden gekweekt. Ook de onderzoeksgroep Neurospector, die als CRO (‘contract research organization’) succesvol farmabedrijven ondersteunt in pre-klinisch onderzoek, slaat er dit waardevolle onderzoeksmateriaal op.

Het CNCR heeft in mei van dit jaar als eerste lab binnen de VU het Bronze LEAF-certificaat behaald. LEAF, dat staat voor ‘Laboratory Efficiency Assessment Framework’, is een internationaal programma dat laboratoria ondersteunt bij het verduurzamen van hun onderzoeksactiviteiten. Door kritisch te kijken naar dagelijkse labprocessen en gerichte verbeteringen door te voeren, kan de milieu-impact van onderzoek aanzienlijk worden verminderd zonder in te leveren op kwaliteit. Denk daarbij aan energie- en waterbesparing, afvalreductie en efficiënter gebruik van materialen en apparatuur.
Desiree Schut, research analist bij de afdeling ‘Functionele Genoomanalyse’ (FGA) van het CNCR, is als een van de leden van de GreenCNCR-werkgroep nauw betrokken bij het instituutbreed stimuleren van verduurzaming op het lab. “In samenwerking met de onderzoekers zijn tal van maatregelen geïmplementeerd, zoals met stickers mensen eraan herinneren dat ze apparaten na gebruik uitzetten en een afvalscheiding-bewegwijzering voor alle afdelingen. Ook is kritisch gekeken naar de koude-opslag, wat geleid heeft tot het uitzetten van twee -80 °C vriezers. Wat zeker ook aan het behalen van het Bronze-certificaat heeft bijgedragen is de investering in een nieuwe -150 °C vriezer, die min of meer toevalligerwijs qua timing precies in de rapportageperiode viel.”

Claudia Persoon is hoofd van Neurospector, de valorisatie afdeling die vanuit een gestandaardiseerd platform voor Humane iPSC-derived neuronen farmabedrijven ondersteunt bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen voor neurologische aandoeningen.
Dynamiek in koudemiddelen
De impact van een nieuwe vriezer op een begrip als duurzaamheid heeft onmiskenbaar te maken met actuele, sterk aangescherpte regelgeving rond koelmiddelen. De herziene Europese F-gassenverordening verbiedt inmiddels het gebruik van synthetische koudemiddelen met een aardopwarmingsvermogen (GWP) van 150 of hoger. Voor nieuwe -80 °C en -150 °C vriezers golden aanvankelijk nog vrijstellingen, omdat het niet zo gemakkelijk was om stabiele en veilige natuurlijke koudemiddelen te produceren, die deze lage temperaturen kunnen bereiken. Die uitzonderingspositie is inmiddels achterhaald, omdat door het restrictieve beleid de markt voor de traditioneel toegepaste fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) dusdanig gekrompen is, dat ze schaars en extreem duur zijn geworden. Daar doet een uitzonderingsclausule, die stelt dat er tot 2030 voor onderhoud en reparaties nog wel gebruik mag worden gemaakt van gerecyclede en geregenereerde koudemiddelen met een GWP tot 2500, weinig aan af.
Het CNCR heeft in mei van dit jaar als eerste lab binnen de VU het Bronze LEAF-certificaat behaald
De synthetische opvolgers van HFK’s, de HFO’s (hydrofluorolefines), doen het qua GWP meer dan prima, maar die liggen onder vuur vanuit de ook al aangescherpte PFAS-wetgeving. Bepaalde HFO’s kunnen namelijk in de atmosfeer afbreken tot TFA, een notoire ‘most wanted’ op de PFAS-verbodslijst, die via regen in het milieu terecht kan komen.
Fabrikanten van ULT- en cryovriezers zijn daarom overgestapt op natuurlijke koudemiddelen. Deze mengsels van gassen als ethaan, propaan en stikstof hebben een GWP van nagenoeg nul en zijn wat PFAS betreft volledig veilig. In dat overgangsproces blijkt de ene fabrikant wat verder te zijn dan de ander, wat net het verschil kan maken in de propositie, die op een zeker moment aan een klant kan worden voorgelegd.

Bijschrift
Duidelijkheid
Middenin die overgangssituatie ging Jorin Heijneman, een collega van Desiree bij de onderzoeksgroep van PI Rik van der Kant bij FGA, op zoek naar een nieuwe -150 °C vriezer. “Op de oude VU-locatie deelden we een -150 °C vriezer met Desiree en MCN, een andere afdeling binnen CNCR. Die zat letterlijk tjokvol. Met de verhuizing in het verschiet naar het VU Onderzoeksgebouw, die in september 2024 plaatsvond, is geld vrijgemaakt om een ‘eigen’ vriezer aan te schaffen, zodat wij weer jaren vooruit kunnen en er meer plek is in de oude vriezer voor de andere twee groepen”, aldus de researchanalist.
“In eerste instantie zijn we in gesprek gegaan met PHCbi, van wie we de oude vriezer hadden staan. Daarbij kregen we vanuit de financier –in dit geval Amsterdam UMC, die met de VU participeert in CNCR– extra milieu-eisen mee. Met name rond de toegepaste koelvloeistof. Op dat moment had de vriezer die we op het oog hadden een koelvloeistof die na een bepaalde tijd niet meer is toegestaan. Weliswaar gold er een uitzondering voor service en reparatie, maar ja, hoe lang zou die gelden, wat gaat er nog meer veranderen in de regelgeving? Omdat we geen zicht hadden op een snelle overgang naar natuurlijke koudemiddelen, zijn we ons verder gaan oriënteren. Hierbij kwamen we al snel uit bij Haier Biomedical, dat de switch naar natuurlijke koudemiddelen al wel had gemaakt.”
Energiezuinig
“Bovendien’, vult Desiree aan, “maakt de vriezer van Haier gebruik van een speciaal 4-traps cascadekoelsysteem om de -150 °C mechanisch te bereiken, is ons uitgelegd. In combinatie met de natuurlijke koudemiddelen levert dat een reductie tot maximaal 50% van het energieverbruik. Dat is natuurlijk mooi meegenomen, zeker in het perspectief van het Bronze LEAF-certificaat.”
Nog meer energiebesparing is haalbaar door de monsters onder stikstof te bewaren. “Er staan enkele stikstofvriezers in de kelder. Maar het is met onze routine van invriezen en ontdooien van cellen niet echt praktisch om daarvoor iedere keer naar de kelder te gaan. Het is echt wel een plus om een eigen vriezer in de buurt van de laboratoria te hebben. Bovendien: werken met stikstof ligt mij niet zo; er is toch altijd een risico dat het gaat spetteren.”
Nog een vriezer
De ‘oude’ vriezer heeft niet lang bij Desiree op het lab gestaan. “Ook al zaten er geen monsters van de groep van Jorin meer in, al snel speelde het ruimtegebrek weer op. Dus toen was het plan om een nieuwe aan te schaffen, puur voor onze eigen research, en de ‘oude’ door te geven aan MCN, die deze vriezer ook al deels gebruikte. Wat daarin meespeelde is dat we ons steeds meer bewust werden van de waarde en kwetsbaarheid van het ingevroren materiaal. Ons hele levenswerk zit daarin. We willen zo min mogelijk risico nemen dat daar iets mee kan gebeuren. We hebben daarop intern aangegeven dat onze -150 op leeftijd begon te raken. Op een gegeven moment kreeg ik een telefoontje vanuit het management dat er op zeer korte termijn geld beschikbaar was voor de aanschaf van een extra -150 °C vriezer. Ik heb snel contact gezocht met Jorin en zijn advies overgenomen om ook voor een Haier te gaan. Die beviel namelijk goed; er was geen enkele reden om nog naar een alternatief te zoeken. Nadat de vriezer was geplaatst bleek dat onze bakjes niet goed in de rekken pasten. Dat is snel opgelost met nieuwe, speciaal voor ons gemaakte rekken. Dus nu hebben we voorlopig voldoende capaciteit om onze ‘schatten’ in te bewaren”, stelt Desiree.
Er was geen enkele reden om nog naar een alternatief te zoeken
iPSC’s
Die ‘schatten’ zijn met name humane neuronen en andere typen hersencellen, die worden gekweekt vanuit iPSC's: ‘induced Pluripotent Stem Cells’. Desiree legt uit hoe dat globaal in in zijn werk gaat. “Uitgangspunt bij veel van het onderzoek dat bij ons plaatsvindt zijn huidcellen (en soms ook wel bloedcellen) van patiënten met een neurologische aandoening. Die cellen kunnen we herprogrammeren tot pluripotente stamcellen, waarna we ze aan de hand van een specifiek inductieprotocol laten differentiëren naar bepaalde zenuwcellen. Afhankelijk van het type aandoening, dat je wil onderzoeken, kunnen dat corticale-, dopaminerge- of motorneuronen zijn, maar ook helpercellen als astrocyten en microglia. De kracht van deze opzet is dat je op dat moment de beschikking hebt over hersencellen met exact dezelfde mutatie als de hersencellen van de patiënt met de neurologische aandoening, die je wil onderzoeken. Met die cellen kan je allerhande assays uitvoeren en bijvoorbeeld nieuwe kandidaatgeneesmiddelen testen.”
In vitro imaging
Een veel gehanteerde read-out van die testen, die worden uitgevoerd op levende cellen, is calcium imaging. Hierbij kan onder een confocale microscoop gedurende meerdere weken aan de hand van de influx en efflux van calcium live de activiteit in de hersencellen worden gevolgd. Uit die activiteit kan je tal van parameters halen, die te maken hebben met de gezondheid van de cel: is er voldoende activiteit, werkt de cel synchroon met andere cellen, enzovoorts. Door dat patroon te vergelijken met de activiteit van gezonde cellen kan je ook een uitspraak doen over de effectiviteit van een compound op een of meer parameters. Na deze in vitro experimentele fase, die tot vier weken kan duren, worden de cellen gefixeerd om er eiwitspecifieke antilichaamkleuringen op te doen.
We maken vanuit de iPSC's andere typen zenuwcellen dan de corticale neuronen
Breed aandachtsveld
FGA huist in twaalf onderzoeksgroepen ruim 80 onderzoekers, inclusief twaalf research analisten, die ziektemechanismen in neurologische aandoeningen met een specifieke functie bestuderen. In de afgelopen jaren is met de toename van het aantal PI’s, en de daar aan gekoppelde groepen, het researchgebied sterk verbreed. Vanuit de historie, die een stuk verder teruggaat dan de oprichting van het CNCR in 2003, lag de focus op de pre-synaps en het STXBP1-syndroom (epilepsie, ernstige ontwikkelingsachterstanden en motorische problemen ten gevolge van het vanwege een zeldzame genmutatie disfunctioneren van het gelijknamige eiwit dat een cruciale rol speelt bij de communicatie tussen hersencellen).
Inmiddels wordt ook, vooral fundamenteel, onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de ziekte van Alzheimer, onder andere in de groep van PI Rik van der Kant, waar Jorin werkt. “We maken in dit geval vanuit de iPSC’s andere typen zenuwcellen dan de corticale neuronen, namelijk astrocyten en microglia. Deze helpercellen spelen een rol in Alzheimer, met name bij lipide ophoping en gliosis, de vorming van een soort van littekenweefsel na een ontsteking. We kijken onder meer naar het verband met bepaalde genen, zoals bijvoorbeeld APOE3 en -4, waarvan de corresponderende eiwitten respectievelijk neutraal en risicoverhogend zijn voor de incidentie van Alzheimer. Daarbij proberen we inzicht te krijgen in de onderliggende lipidenmechanismen en verbanden te leggen met de bekende fenotypen zoals verhoogde niveaus van amyloïd- en tau-eiwitten”, legt Jorin uit.
Dedicated
Waar de analisten aanvankelijk gespecialiseerd waren in een bepaalde techniek en op dat gebied werkzaamheden voor het hele lab uitvoerden, werken ze tegenwoordig meer dedicated voor een bepaalde onderzoeksgroep. Dat geldt ook voor Desiree. “Ik was lange tijd gespecialiseerd in muizenkweken, anderen deden vooral eiwitchemie, kloneren of andere specifieke labtechnieken. Dat werkte prima toen we nog met twintig mensen op het lab werkten, en het onderzoek in de groepen nog niet zo verschillend was als nu. Tegenwoordig zie je dat iedere groep specifieke eisen heeft. Dan is het handiger als je directer bij zo’n groep bent betrokken, zodat je die beter kan ondersteunen.”
Tegenwoordig zie je dat iedere groep specifieke eisen heeft

Het platform van Neurospector voor het onderzoeken van de effecten van componenten op humane iPSC-derived neuronen.
Neurospector
In het geval van Desiree geldt dat ze bijna exclusief voor Neurospector werkt, dat in 2019 vanuit de VU en het AmsterdamUMC is opgericht als valorisatie afdeling. “Doel van Neurospector is het helpen van farmabedrijven in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen voor neurologische aandoeningen, met de focus op pre-klinisch onderzoek. We zijn hiermee gestart omdat we zagen dat er veel vraag was vanuit de farmabedrijven om samen te werken met de academie. En om meer specifieke vragen te kunnen beantwoorden over de nieuwe medicijnen die ze aan het ontwikkelen zijn”, vertelt Claudia Persoon, hoofd van Neurospector.
Wat Neurospector onderscheidend maakt is de nabijheid van al die andere onderzoeksteams binnen het CNCR, met name FGA. “Innovaties uit het meer fundamentele onderzoek kunnen we implementeren in pre-klinisch onderzoek. Dat werkt twee kanten op, waarbij fundamenteel en preklinisch onderzoek elkaar versterken. Zo krijgen we vanuit bedrijven vaak de vraag om onder veel verschillende condities te testen. Hiervoor hebben we onze meetsystemen, kweekprocedures en microscopie aangepast en de assays geoptimaliseerd, zodat we met 96- of zelfs 384-well’s platen kunnen werken. Daar gaan nu ook PhD’s van andere groepen mee aan de slag. Bovendien zijn de postdocs in ons team naast de CRO-werkzaamheden ook gewoon bezig met hun eigen, academisch onderzoek”, aldus Claudia
Humane iPSC-derived neuronen maken zeer specifiek
pre-klinisch onderzoek mogelijk voor neurologische aandoeningen
Customized projecten
Humane iPSC-derived neuronen maken zeer specifiek pre-klinisch onderzoek mogelijk voor neurologische aandoeningen. “In het algemeen hebben we het over hele complexe ziektes, met fenotypes die je niet een op een kunt terugvinden in proefdieren. Daarbij worden tegenwoordig veel therapieën op basis van een humaan gen ontwikkeld; denk alleen al aan gentherapie. Die kan je niet fatsoenlijk in een muismodel testen”, stelt Claudia.
Het zelf opzetten van een infrastructuur rond humane iPSC-derived neuronen is maar aan weinig farmabedrijven besteed. “De meeste bedrijven hebben daar de resources niet voor. Het vergt meerdere jaren en een flink team om zo'n iPSC-kweek echt goed op te zetten. Daar hebben wij (met een belangrijk aandeel van Desiree) de afgelopen jaren hard aan gewerkt. Met als resultaat een gestandaardiseerde kweekfaciliteit en vele specifieke microscopietechnieken waarmee we de communicatie van die zenuwcellen nauwkeurig in beeld kunnen brengen. Met circa 90 verschillende read-outs, inclusief elektrofysiologische metingen, kunnen we echt de diepte ingaan bij het testen van de effecten van kandidaatgeneesmiddelen. Vanuit die basis kunnen we op maat gemaakte projecten aanbieden, die zijn toegespitst op de onderzoeksvragen van bedrijven, die elke keer net wat anders zijn. Dat loopt prima. We hebben al meer dan 20 projecten uitgevoerd met bedrijven van over de hele wereld. Daarmee hebben we het team kunnen uitbreiden met meerdere analisten en onderzoekers. Het zal mij benieuwen wanneer de nieuwe -150 weer vol zit!”, lacht Claudia.